Aktueel: Liturgie voor zondag

Aktueel: Liturgie voor zondag














Liturgie zondag 8 november 2026 Petrakerk Heinenoord, Oranjestraat 3

Mededelingen

Introïtuslied: Psalm 25:2 en 7

2 Here, maak mij uwe wegen
door uw Woord en Geest bekend;
leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G' uw treden wendt;
leid mij in uw rechte leer,
laat mij trouw uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil, o Heer,
'k blijf U al den dag verwachten.

7 Gods verborgen omgang vinden
zielen waar zijn vrees in woont;
't heilgeheim wordt aan zijn vrinden
naar zijn vreeverbond getoond.
d' Ogen houdt mijn stil gemoed
opwaarts, om op God te letten:
Hij, die trouw is, zal mijn voet
voeren uit der bozen netten.

Stil gebed
Votum en groet

Klein gloria:
Ere zij de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest,
als in het begin, nu en immer,
en van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen. 

Introïtustekst: Midden in een wereld waarin zoveel op ons afkomt, mogen wij ons hart op God richten. We hoeven onze zorgen niet zelf te dragen. We hoeven niet alles te begrijpen. We mogen spreken tot Hem die ons hoort, die ons genade schenkt. Ook in tijden van vertwijfeling, als ons hart onrustig is. In deze dienst worden we opgewekt om ons hart op te heffen tot God, omdat Zijn Zoon in onze plaats ging staan.

We zingen: uit de Evangelische Liedbundel nr. 299:1,2 en 3 

1 Welk een vriend is onze Jezus
Die in onze plaats wil staan
Welk een voorrecht dat ik door Hem
Altijd vrij tot God mag gaan
Dikwijls derven wij veel vrede
Dikwijls drukt ons zonde neêr
Juist omdat wij 't al niet brengen
In 't gebed tot onzen Heer

2 Leidt de weg soms door verzoeking
Dat ons hart in 't strijduur beeft
Gaan wij dan met al ons strijden
Tot Hem die verlossing geeft
Kan een vriend ooit trouwer wezen
Dan Hij die ons lijden draagt
Jezus biedt ons aan genezing
Hij alleen is 't die ons schraagt

3 Zijn wij zwak belast beladen
En ter neêr gedrukt door zorg
Dierbr'e Heiland onze Toevlucht
Gij zijt onze Hulp en Borg
Als soms vrienden ons verlaten
Gaan wij biddend tot den Heer
In Zijn armen zijn wij veilig
Hij verlaat ons nimmermeer

Gebed om de opening van het Woord en de verlichting met de Heilige Geest

Leefregels: in de brieven van Paulus gaat het vaak over de liefde en het omzien naar elkaar. Ik lees u voor uit Romeinen 12:9 t.m. 20. In dit gedeelte komt duidelijk naar voren, dat het gebed tot God ons behoeden kan om kwaad over de naaste te spreken.

9  Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.
10  Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
11  Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.
12  Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.
13  Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.
14  Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.
15  Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.
16  Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot nederigheid. Ga niet af op uw eigen inzicht.
17  Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen.
18  Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
19  Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’
20  En ergens anders staat: ‘Als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.’
21  Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Zingen: Lied 139b:1 en 2 (Liedboek 2013) 

1 Heer, U doorgrondt en kent mij
mijn zitten en mijn staan
en U kent mijn gedachten
mijn liggen en mijn gaan
De woorden van mijn mond, o Heer
die zijn voor U bekend
en waar ik ook naar toe zal gaan
ik weet dat U daar bent

Refrein:

Heer, U bent altijd bij mij
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij
en om mij heen
Heer, U bent altijd bij mij
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij
en om mij heen
elke dag

Heer U doorgrondt en kent mij
want in de moederschoot
ben ik door U geweven
U bent oneindig groot
ik dank U voor dit wonder, Heer
dat U mijn leven kent
en wat er ook gebeuren zal
dat U steeds bij mij bent

(Refrein)

Heer, U doorgrond en kent mij,
want in de moederschoot
ben ik door U geweven;
U bent oneindig groot.
Ik dank U voor dit wonder, Heer,
dat U mijn leven kent
en wat er ook gebeuren zal,
dat U steeds bij mij bent.

(Refrein)

Schriftlezing 1 (lector) : Daniël 6:10 en 11, 14 t.m. 16 en 19 t.m. 23 (NBV21)

10  (6:11) Toen Daniël hoorde van het besluit dat op schrift gesteld was, ging hij naar zijn huis. In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees Hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was.
11  (6:12) Maar toen drongen de mannen zijn huis binnen en troffen Daniël aan terwijl hij zich smekend tot zijn God richtte.

14  (6:15) Toen de koning deze beschuldiging hoorde raakte hij zeer ontstemd, en hij zon op middelen om Daniël te redden. Tot zonsondergang deed hij alles wat in zijn macht lag om Daniëls leven te sparen.
15  (6:16) Maar de mannen drongen bij de koning aan en zeiden: ‘Bedenk, majesteit, dat geen verbod of besluit dat de koning heeft uitgevaardigd veranderd kan worden; het is een wet van de Meden en de Perzen.’
16  (6:17) Hierop gaf de koning bevel Daniël te halen en hem in de leeuwenkuil te werpen. De koning zei tegen Daniël: ‘Uw God, die u zo vasthoudend dient, zal u redden!’

19  (6:20) Vroeg in de ochtend, toen het licht begon te worden, stond de koning op en haastte zich naar de leeuwenkuil.
20  (6:21) Zodra hij in de buurt van de kuil kwam, riep hij Daniël met bedroefde stem toe: ‘Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?’
21  (6:22) En Daniël zei tegen de koning: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid!
22  (6:23) Mijn God heeft zijn engel gezonden en de leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben mij geen kwaad gedaan, omdat Hij mij onschuldig acht; maar ook u, majesteit, heb ik niets misdaan.’
23  (6:24) De koning was bijzonder verheugd en hij beval Daniël uit de kuil te halen. Daniël werd uit de kuil getrokken, en hij bleek ongedeerd te zijn, want hij had op zijn God vertrouwd.

Schriftlezing 2 (lector) : 1Thessalonicenzen 5:16 t.m. 24 (NBV21)

16 Wees altijd verheugd,
17  bid onophoudelijk,
18  dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.
19  Doof de Geest niet uit
20  en heb geen minachting voor profetieën.
21  Onderzoek alles, behoud het goede
22  en vermijd alle kwaad, in welke vorm dan ook.
23 Moge de God van de vrede uw leven geheel en al heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.
24  Hij die u roept is trouw en komt zijn belofte na.

Zingen: Lied 640 (Hemelhooog)
Ik kniel neer, en beleid
U bent heer , in dit huis
Ik kniel neer, en beleid
U bent heer , in dit huis
U bent mijn Leven, Mijn Licht.
ik zoek uw aangezicht.
Aan uw voeten, dicht bij U
Kniel ik neer, Kniel ik neer.
Ik kniel neer en beleid
U bent heer , in dit huis
Ik kniel neer, en beleid
U bent heer , in dit huis.
U bent Heer, in dit Huis.
U bent Heer, in dit Huis.
Verkondiging n.a.v. 1 Thessalonicenzen 5:17: ‘Bid onophoudelijk.’ 
Thema: Oefening maakt sterk.

Zingen: HH 336:1 en 2
1 Groot is uw trouw, o Heer, mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer dezelfde
Die Gij steeds waart, dat bewijst Gij ook nu.
Refrein: 
Groot is uw trouw, o Heer, groot is uw trouw, o Heer,
Iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.

2 Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
En uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst.
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
(Refrein)

Dankgebed en voorbede (afgesloten met stil gebed en gezamenlijk uitgesproken ‘Onze Vader’

Collecten

Slotlied: Lied 704:1 en 3 (Liedboek 2013)
1 Dankt, dankt nu allen God,
met hart en mond en handen.
Die grote dingen doet,
hier en in alle landen.
Die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
Zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood.

3 Lof, eer en prijs zij God,
die troont in 't licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest,
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer,
gaf het verleden blijk,
het heden zingt Zijn eer,
de toekomst is Zijn rijk.

Zegen

Lied 456:3 

3 Amen, amen, amen,
dat wij niet beschamen,
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, Uw naam ter eer.
terug